Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to lambast
01
hevige kritiek geven, afbranden
to criticize severely, often with strong language
Transitive: to lambast sb/sth for an action or behavior | to lambast sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
lambast
3e persoon enkelvoud
lambasts
onvoltooid deelwoord
lambasting
onvoltooid verleden tijd
lambasted
voltooid deelwoord
lambasted
Voorbeelden
Frustrated with the team's performance, the coach lambasted the players in the locker room.
Gefrustreerd door de prestatie van het team, bekritiseerde de coach de spelers in de kleedkamer.
02
afranselen, slaan
to assault or beat physically
Transitive: to lambast sb
Voorbeelden
In a fit of rage, the suspect began to lambast the officers.
In een vlaag van woede begon de verdachte de agenten te slaan.



























