Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
überwachen
01
bewaken, monitoren
Etwas oder jemanden genau beobachten und kontrollieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
über
basiswerkwoord
wachen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
überwache
3e persoon enkelvoud
überwacht
onvoltooid deelwoord
überwachend
onvoltooid verleden tijd
überwachte
voltooid deelwoord
überwacht
Voorbeelden
Die Ärztin überwacht den Zustand des Patienten.
De arts monitort de toestand van de patiënt.



























