Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
überreden
01
overtuigen, overhalen
Jemanden durch Argumente zu einer Handlung bewegen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
über
basiswerkwoord
reden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
überrede
3e persoon enkelvoud
überredet
onvoltooid deelwoord
überredend
onvoltooid verleden tijd
überredete
voltooid deelwoord
überredet
Voorbeelden
Er hat mich überredet, das Auto zu kaufen.
Hij heeft me overgehaald om de auto te kopen.



























