Zoeken
ärgern
01
ergeren, irriteren
Jemanden wütend oder verärgert machen
Voorbeelden
Warum ärgerst du deinen Bruder?
Waarom irriteer je je broer ?
02
zich ergeren, boos worden
Wütend oder verärgert über etwas werden
Voorbeelden
Wir ärgern uns oft über den Verkehr.
We ergeren ons vaak aan het verkeer.


























