zustimmen
zus
ˈtsu:ʃ
tsoosh
ti
ti
mmen
mən
mēn
zusammen

Definitie en betekenis van "zustimmen"in het Duits

zustimmen
01

instemmen, akkoord gaan

Eine positive Meinung zu etwas haben und dies ausdrücken 
zustimmen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
zu
basiswerkwoord
stimmen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stimme zu
3e persoon enkelvoud
stimmt zu
onvoltooid deelwoord
zustimmend
onvoltooid verleden tijd
stimmte zu
voltooid deelwoord
zugestimmt
Voorbeelden
Ich stimme deinem Vorschlag voll und ganz zu. 

Ik ben het volledig eens met je voorstel.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store