Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zurechtkommen
01
kunnen omgaan met, zich redden
Mit jemandem oder etwas ohne große Schwierigkeiten klarkommen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
zurecht
basiswerkwoord
kommen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
komme zurecht
3e persoon enkelvoud
kommt zurecht
onvoltooid deelwoord
zurechtkommend
onvoltooid verleden tijd
kam zurecht
voltooid deelwoord
zurechtgekommen
Voorbeelden
Ich komme gut mit meinen Kollegen zurecht.
Ik kan goed opschieten met mijn collega's omdat ik ermee kan omgaan.



























