Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zugeben
01
toegeven, erkennen
Etwas wahrheitsgemäß bestätigen oder einräumen, oft widerwillig
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
zu
basiswerkwoord
geben
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gebe zu
3e persoon enkelvoud
gibt zu
onvoltooid deelwoord
zugebend
onvoltooid verleden tijd
gab zu
voltooid deelwoord
zugegeben
Voorbeelden
Ich gebe zu, ich war nervös.
Ik geef toe, ik was nerveus.



























