zufügen
Pronunciation
/ˈt͡suːˌfyːɡn̩/

Definitie en betekenis van "zufügen"in het Duits

zufügen
01

toebrengen, veroorzaken

Jemandem Schaden, Schmerzen oder Leid antun
zufügen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
zu
basiswerkwoord
fügen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zufüge
3e persoon enkelvoud
zufügt
onvoltooid deelwoord
zufügend
onvoltooid verleden tijd
fügte zu
voltooid deelwoord
zugefügt
Voorbeelden
Der Angreifer fügte dem Opfer schwere Verletzungen zu.
De aanvaller bracht het slachtoffer ernstig letsel toe.
02

toevoegen, bijvoegen

Etwas hinzufügen oder beilegen
zufügen definition and meaning
Voorbeelden
Der Autor fügte dem Buch ein neues Kapitel zu.
De auteur voegde een nieuw hoofdstuk toe aan het boek.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store