zittern
zittern
tsɪtɐn
tsitn
twitterngewittern

Definitie en betekenis van "zittern"in het Duits

zittern
01

trillen, beven

Schnelle, kleine Bewegungen des Körpers oder von Gegenständen aufgrund von Kälte, Angst, Schwäche oder Vibration 
zittern definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zittere
3e persoon enkelvoud
zittert
onvoltooid deelwoord
zitternd
onvoltooid verleden tijd
zitterte
voltooid deelwoord
gezittert
Voorbeelden
Vor Kälte zitterte sie am ganzen Körper. 

Ze trilde van de kou over haar hele lichaam.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store