Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Die Ziege
01
geit, bok
Ein kleines, wiederkäuendes Haustier mit Hörnern, das Milch gibt
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
singular
gender specific
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
Ziegen
mannelijk enkelvoud
Ziegenbock
vrouwelijk enkelvoud
Ziege
neutral form
Ziegen
genitiefvorm
Ziege
Voorbeelden
Auf dem Bauernhof meines Onkels leben zwanzig Ziegen.
Op de boerderij van mijn oom leven twintig geiten.



























