Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zerstören
01
vernietigen
Etwas völlig kaputt machen oder vernichten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
zer
basiswerkwoord
stören
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zerstöre
3e persoon enkelvoud
zerstört
onvoltooid deelwoord
zerstörend
onvoltooid verleden tijd
zerstörte
voltooid deelwoord
zerstört
Voorbeelden
Krieg kann ganze Städte zerstören.
Oorlog kan hele steden vernietigen.



























