zahlen
Pronunciation
/ˈtsaːlən/

Definitie en betekenis van "zahlen"in het Duits

zahlen
01

betalen

Geld für eine Ware oder Dienstleistung geben
zahlen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zahle
3e persoon enkelvoud
zahlt
onvoltooid deelwoord
zahlend
onvoltooid verleden tijd
zahlte
voltooid deelwoord
gezahlt
Voorbeelden
Ich zahle für das Essen im Restaurant.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store