Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wirken
[past form: wirkte]
01
werken, effect sorteren
Eine spürbare Veränderung oder Wirkung hervorrufen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wirke
3e persoon enkelvoud
wirkt
onvoltooid deelwoord
wirkend
onvoltooid verleden tijd
wirkte
voltooid deelwoord
gewirkt
Voorbeelden
Seine Worte wirken sehr überzeugend.
Zijn woorden lijken erg overtuigend.
02
werken, uitoefenen
In einem bestimmten Beruf oder Tätigkeitsfeld aktiv sein
Voorbeelden
Der Künstler wirkt in seinem Atelier.
De kunstenaar werkt in zijn atelier.



























