Zoeken
wiegen
[past form: wog]
01
wegen, het gewicht meten
Das Gewicht von etwas oder jemandem messen
Voorbeelden
Der Arzt wiegt das Baby jeden Monat.
De arts weegt de baby elke maand.
02
wegen, een bepaald gewicht hebben
Ein bestimmtes Gewicht haben
Voorbeelden
Das Paket wiegt zu viel für den Versand.
Het pakket weegt te veel voor verzending.


























