wiegen
Pronunciation
/ˈviːɡən/

Definitie en betekenis van "wiegen"in het Duits

wiegen
[past form: wog]
01

wegen, het gewicht meten

Das Gewicht von etwas oder jemandem messen
wiegen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wiege
3e persoon enkelvoud
wiegt
onvoltooid deelwoord
wiegend
onvoltooid verleden tijd
wog
voltooid deelwoord
gewogen
Voorbeelden
Der Arzt wiegt das Baby jeden Monat.
De arts weegt de baby elke maand.
02

wegen, een bepaald gewicht hebben

Ein bestimmtes Gewicht haben
wiegen definition and meaning
Voorbeelden
Das Paket wiegt zu viel für den Versand.
Het pakket weegt te veel voor verzending.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store