Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wiederkehren
[past form: kehrte wieder]
01
terugkeren, terugkomen
Zurückkommen oder erneut auftreten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
wieder
basiswerkwoord
kehren
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
wiederkehre
3e persoon enkelvoud
wiederkehrt
onvoltooid deelwoord
wiederkehrend
onvoltooid verleden tijd
kehrte wieder
voltooid deelwoord
wiedergekehrt
Voorbeelden
Die Schmerzen kehren manchmal wieder.
De pijnen keren soms terug.
Lexicale Boom
wiederkehren
wieder
kehren



























