Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Wecker
01
wekker, alarmklok
Ein Gerät, das zu einer bestimmten Zeit klingelt, um jemanden zu wecken
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Weckers
meervoudsvorm
Wecker
Voorbeelden
Der Wecker klingelt jeden Morgen um 7 Uhr.
De wekker gaat elke ochtend om 7 uur af.



























