vortäuschen
vortäuschen
fo:ɐ̯tɔɪ̯ʃn
fotoyshn
vertauschen

Definitie en betekenis van "vortäuschen"in het Duits

vortäuschen
01

voorwenden

Etwas so tun, als ob es wahr wäre 
vortäuschen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
vor
basiswerkwoord
täuschen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
täusche vor
3e persoon enkelvoud
täuscht vor
onvoltooid deelwoord
vortäuschend
onvoltooid verleden tijd
täuschte vor
voltooid deelwoord
vorgetäuscht
Voorbeelden
Er täuschte Krankheit vor, um nicht zur Arbeit zu gehen. 

Hij veinsde ziekte om niet naar het werk te gaan.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store