Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vorgehen
01
voortgaan, handelen
Etwas tun oder handeln, um ein Ziel zu erreichen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
vor
basiswerkwoord
gehen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gehe vor
3e persoon enkelvoud
geht vor
onvoltooid deelwoord
vorgehend
onvoltooid verleden tijd
ging vor
voltooid deelwoord
vorgegangen
Voorbeelden
Der Polizist ging vorsichtig vor.
De politieagent handelde voorzichtig.
Lexicale Boom
vorgehen
vor
gehen



























