Zoeken
vorbereiten
01
zich voorbereiden, zich gereedmaken
Sich so verhalten, dass man für etwas bereit ist
Voorbeelden
Wir müssen uns auf das Wetter vorbereiten.
We moeten ons voorbereiden op het weer.
02
voorbereiden
Etwas tun, damit etwas oder jemand bereit ist
Voorbeelden
Wir bereiten das Zimmer für die Gäste vor.
Wij bereiden de kamer voor op de gasten.


























