vorbereiten
Pronunciation
/ˈfoːʁbəˌʁaɪ̯tən/

Definitie en betekenis van "vorbereiten"in het Duits

vorbereiten
01

zich voorbereiden, zich gereedmaken

Sich so verhalten, dass man für etwas bereit ist
vorbereiten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
vor
basiswerkwoord
bereiten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bereite vor
3e persoon enkelvoud
bereitet vor
onvoltooid deelwoord
vorbereitend
onvoltooid verleden tijd
bereitete vor
voltooid deelwoord
vorbereitet
Voorbeelden
Wir müssen uns auf das Wetter vorbereiten.
We moeten ons voorbereiden op het weer.
02

voorbereiden

Etwas tun, damit etwas oder jemand bereit ist
vorbereiten definition and meaning
Voorbeelden
Wir bereiten das Zimmer für die Gäste vor.
Wij bereiden de kamer voor op de gasten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store