vorbereiten
vorbereiten
fo:ɐ̯bəʁaɪ̯tən
fobēraitēn

Definitie en betekenis van "vorbereiten"in het Duits

vorbereiten
01

zich voorbereiden, zich gereedmaken

Sich so verhalten, dass man für etwas bereit ist 
vorbereiten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
vor
basiswerkwoord
bereiten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bereite vor
3e persoon enkelvoud
bereitet vor
onvoltooid deelwoord
vorbereitend
onvoltooid verleden tijd
bereitete vor
voltooid deelwoord
vorbereitet
Voorbeelden
Ich bereite mich auf die Prüfung vor. 

Ik bereid me voor op het examen.

02

voorbereiden

Etwas tun, damit etwas oder jemand bereit ist 
vorbereiten definition and meaning
Voorbeelden
Ich bereite das Essen vor. 

Ik bereid de maaltijd voor.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store