voraussagen
voraussagen
fo:ʁaʊ̯ssa:gng
forawssagng

Definitie en betekenis van "voraussagen"in het Duits

voraussagen
01

voorspellen, voorzien

Etwas auf der Grundlage von Daten, Erfahrungen oder Intuition für die Zukunft erwarten 
voraussagen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
voraus
basiswerkwoord
sagen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
sage voraus
3e persoon enkelvoud
sagt voraus
onvoltooid deelwoord
voraussagend
onvoltooid verleden tijd
sagte voraus
voltooid deelwoord
vorausgesagt
Voorbeelden
Der Meteorologe sagt Regen für morgen voraus. 

De meteoroloog voorspelt regen voor morgen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store