Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verwählen
[past form: verwählte]
01
een verkeerd nummer draaien, per ongeluk met de verkeerde persoon bellen
Eine falsche Telefonnummer wählen oder versehentlich mit der falschen Person telefonieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verwähle
3e persoon enkelvoud
verwählt
onvoltooid deelwoord
verwählend
onvoltooid verleden tijd
verwählte
voltooid deelwoord
verwählt
Voorbeelden
Sie rief ihre Freundin an, aber verwählte sich und landete bei einer Fremden.
Ze belde haar vriendin, maar verkeerd nummer gedraaid en belandde bij een vreemde.



























