versorgen
versorgen
fɛɐ̯sɔʁgng
fesawrgng
verborgenversonnenversoffenversagen

Definitie en betekenis van "versorgen"in het Duits

versorgen
01

verzorgen, zorgen voor

Jemanden pflegen oder sich um dessen Bedürfnisse kümmern 
versorgen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
sorgen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
versorge
3e persoon enkelvoud
versorgt
onvoltooid deelwoord
versorgend
onvoltooid verleden tijd
versorgte
voltooid deelwoord
versorgt
Voorbeelden
Die Krankenschwester versorgt die Patienten. 

De verpleegkundige verzorgt de patiënten.

02

bevoorraden, leveren

Jemanden oder etwas mit notwendigen Dingen ausstatten 
versorgen definition and meaning
Voorbeelden
Die Armee versorgt die Soldaten mit Ausrüstung. 

Het leger voorziet de soldaten van uitrusting.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store