Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
versorgen
01
verzorgen, zorgen voor
Jemanden pflegen oder sich um dessen Bedürfnisse kümmern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
sorgen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
versorge
3e persoon enkelvoud
versorgt
onvoltooid deelwoord
versorgend
onvoltooid verleden tijd
versorgte
voltooid deelwoord
versorgt
Voorbeelden
Die Krankenschwester versorgt die Patienten.
De verpleegkundige verzorgt de patiënten.
02
bevoorraden, leveren
Jemanden oder etwas mit notwendigen Dingen ausstatten
Voorbeelden
Die Armee versorgt die Soldaten mit Ausrüstung.
Het leger voorziet de soldaten van uitrusting.



























