Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
versetzen
01
overplaatsen, verplaatsen
Jemanden an einen anderen Arbeitsplatz oder Ort verschieben, oft aus organisatorischen oder gesundheitlichen Gründen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
versetze
3e persoon enkelvoud
versetzt
onvoltooid deelwoord
versetzend
onvoltooid verleden tijd
versetzte
voltooid deelwoord
versetzt
Voorbeelden
Der Soldat wurde in eine andere Einheit versetzt.
De soldaat werd overgeplaatst naar een andere eenheid.



























