versetzen
versetzen
fɛɐ̯sɛtsn
fesetsn
vernetzenversalzenversehenverletzen

Definitie en betekenis van "versetzen"in het Duits

versetzen
01

overplaatsen, verplaatsen

Jemanden an einen anderen Arbeitsplatz oder Ort verschieben, oft aus organisatorischen oder gesundheitlichen Gründen 
versetzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
versetze
3e persoon enkelvoud
versetzt
onvoltooid deelwoord
versetzend
onvoltooid verleden tijd
versetzte
voltooid deelwoord
versetzt
Voorbeelden
Die Lehrerin wurde an eine andere Schule versetzt. 

De lerares werd overgeplaatst naar een andere school.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store