Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verlieren
01
verliezen, kwijtraken
Etwas nicht mehr finden können
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verliere
3e persoon enkelvoud
verliert
onvoltooid deelwoord
verlierend
onvoltooid verleden tijd
verlor
voltooid deelwoord
verloren
Voorbeelden
Ich habe meinen Schlüssel verloren.
Ik heb mijn sleutel verloren.
02
verliezen
Etwas nicht mehr haben oder bekommen
Voorbeelden
Er hat seine Arbeit verloren.
Hij heeft zijn baan verloren.
03
verliezen, verslagen worden
Bei einem Spiel oder Wettbewerb nicht gewinnen
Voorbeelden
Unsere Mannschaft hat das Spiel verloren.
Ons team heeft de wedstrijd verloren.



























