Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verlieren
01
verliezen, kwijtraken
Etwas nicht mehr finden können
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verliere
3e persoon enkelvoud
verliert
onvoltooid deelwoord
verlierend
onvoltooid verleden tijd
verlor
voltooid deelwoord
verloren
Voorbeelden
Er verliert oft seine Brille.
Hij verliest vaak zijn bril.
02
verliezen
Etwas nicht mehr haben oder bekommen
Voorbeelden
Wir dürfen keine Zeit verlieren.
We mogen geen tijd verliezen.
03
verliezen, verslagen worden
Bei einem Spiel oder Wettbewerb nicht gewinnen
Voorbeelden
Er verlor im Tennis gegen seinen Freund.
Hij verloor in tennis tegen zijn vriend.



























