Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vergnügen
01
zich vermaken, plezier hebben
Sich amüsieren oder angenehm die Zeit verbringen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
vergnüge
3e persoon enkelvoud
vergnügt
onvoltooid deelwoord
vergnügend
onvoltooid verleden tijd
vergnügte
voltooid deelwoord
vergnügt
Voorbeelden
Die Kinder vergnügen sich im Park.
De kinderen vermaaken zich in het park.
Das Vergnügen
01
plezier, genot
Eine angenehme Aktivität oder das Gefühl der Freude
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Vergnügens
meervoudsvorm
Vergnügen
Voorbeelden
Das Schwimmen ist für ihn ein großes Vergnügen.
Zwemmen is voor hem een groot plezier.



























