Zoeken
vergnügen
[past form: vergnügte]
01
zich vermaken, plezier hebben
Sich amüsieren oder angenehm die Zeit verbringen
Voorbeelden
Wir haben uns gestern beim Konzert vergnügt.
We hebben ons gisteren op het concert vermaakt.
Das Vergnügen
[gender: neuter]
01
plezier, genot
Eine angenehme Aktivität oder das Gefühl der Freude
Voorbeelden
Ich hatte das Vergnügen, sie kennenzulernen.
Ik had het genoegen haar te ontmoeten.


























