Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verbringen
01
doorbrengen, uitgeven
Für eine bestimmte Zeit an einem Ort sein oder etwas tun
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
bringen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verbringe
3e persoon enkelvoud
verbringt
onvoltooid deelwoord
verbringend
onvoltooid verleden tijd
verbrachte
voltooid deelwoord
verbracht
Voorbeelden
Sie verbrachte das Wochenende mit ihrer Familie.
Ze bracht het weekend door met haar familie.



























