Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verbleiben
[past form: verblieb]
01
blijven, verblijven
An einem Ort oder in einem Zustand ohne Veränderung bleiben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
verbleibe
3e persoon enkelvoud
verbleibt
onvoltooid deelwoord
verbleibend
onvoltooid verleden tijd
verblieb
voltooid deelwoord
verblieben
Voorbeelden
Die Truppen verblieben drei Monate in der belagerten Stadt.
De troepen bleven drie maanden in de belegerde stad.



























