Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verabreden
01
een afspraak maken, een ontmoeting plannen
Mit jemandem einen Termin für ein Treffen vereinbaren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
verab
basiswerkwoord
reden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verabrede
3e persoon enkelvoud
verabredet
onvoltooid deelwoord
verabredend
onvoltooid verleden tijd
verabredete
voltooid deelwoord
verabredet
Voorbeelden
Hast du dich mit ihr schon verabredet?
Heb je al met haar verabreden?



























