Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
unterscheiden
01
onderscheiden
Den Unterschied zwischen zwei oder mehreren Dingen erkennen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
unter
basiswerkwoord
scheiden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
unterscheide
3e persoon enkelvoud
unterscheidet
onvoltooid deelwoord
unterscheidend
onvoltooid verleden tijd
unterschied
voltooid deelwoord
unterschieden
Voorbeelden
Kannst du die verschiedenen Blumen unterscheiden?
Kun je de verschillende bloemen onderscheiden?



























