Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
unterrichten
01
onderwijzen, lesgeven
Jemandem Wissen oder Fähigkeiten beibringen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
unter
basiswerkwoord
richten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
unterrichte
3e persoon enkelvoud
unterrichtet
onvoltooid deelwoord
unterrichtend
onvoltooid verleden tijd
unterrichtete
voltooid deelwoord
unterrichtet
Voorbeelden
Wir unterrichten Kinder im Schwimmen.
Wij leren kinderen zwemmen.



























