umziehen
umziehen
ʊmt͡si:ən
oomtsiēn
umdrehen

Definitie en betekenis van "umziehen"in het Duits

umziehen
01

verhuizen, van woonplaats veranderen

Den Wohnort wechseln und in eine neue Wohnung oder ein neues Haus ziehen 
umziehen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
um
basiswerkwoord
ziehen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
ziehe um
3e persoon enkelvoud
zieht um
onvoltooid deelwoord
umziehend
onvoltooid verleden tijd
zog um
voltooid deelwoord
umgezogen
Voorbeelden
Wir helfen unserer Freundin beim Umzug. 

We helpen onze vriendin met verhuizen.

02

kleren wisselen, zich omkleden

Die Kleidung wechseln 
umziehen definition and meaning
Voorbeelden
Nach dem Sport ziehe ich mich um. 

Na het sporten kleed ik me om.

03

iemand omkleden

Jemandem helfen, die Kleidung zu wechseln 
umziehen definition and meaning
Voorbeelden
Die Pflegekraft zieht dem Patienten um. 

De verpleegkundige helpt de patiënt om zich om te kleden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store