Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
umformen
01
vormgeven
Etwas in eine andere Form bringen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
um
basiswerkwoord
formen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
umforme
3e persoon enkelvoud
umformt
onvoltooid deelwoord
umformend
onvoltooid verleden tijd
umformte
voltooid deelwoord
umgeformt
Voorbeelden
Er versucht, die Idee umzubauen und umzuformen.
Hij probeert het idee te herbouwen en te hervormen.



























