Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
teilnehmen
01
deelnemen, participeren
Bei einer Aktivität oder Veranstaltung mitwirken
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
teil
basiswerkwoord
nehmen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
nehme teil
3e persoon enkelvoud
nimmt teil
onvoltooid deelwoord
teilnehmend
onvoltooid verleden tijd
nahm teil
voltooid deelwoord
teilgenommen
Voorbeelden
Kinder können am Wettbewerb teilnehmen.
Kinderen kunnen deelnemen aan de wedstrijd.
Lexicale Boom
teilnehmen
teil
nehmen



























