tauschen
Pronunciation
/ˈtaʊ̯ʃən/

Definitie en betekenis van "tauschen"in het Duits

tauschen
01

ruilen, wisselen

Etwas mit jemandem wechseln, um etwas anderes zu bekommen
tauschen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
tausche
3e persoon enkelvoud
tauscht
onvoltooid deelwoord
tauschend
onvoltooid verleden tijd
tauschte
voltooid deelwoord
getauscht
Voorbeelden
Sie tauschten ihre Telefonnummern aus.
Zij wisselden hun telefoonnummers uit.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store