stellen
Pronunciation
/ˈʃtɛlən/

Definitie en betekenis van "stellen"in het Duits

stellen
01

plaatsen, zetten

Etwas aufrecht an einen Ort tun
stellen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stelle
3e persoon enkelvoud
stellt
onvoltooid deelwoord
stellend
onvoltooid verleden tijd
stellte
voltooid deelwoord
gestellt
Voorbeelden
Stell bitte die Flasche in den Kühlschrank!
Zet alsjeblieft de fles in de koelkast !
02

afstellen, regelen

Etwas technisch einstellen oder verändern
stellen definition and meaning
Voorbeelden
Kannst du das Radio leiser stellen?
Kun je de radio zachter instellen?
03

gaan staan, zich opstellen

Sich an einen bestimmten Ort begeben
sich stellen definition and meaning
Voorbeelden
Sie stellte sich ans Fenster.
Ze ging bij het raam staan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store