Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
stattfinden
01
plaatsvinden, doorgaan
Geplant sein und wirklich geschehen oder durchgeführt werden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
statt
basiswerkwoord
finden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
finde statt
3e persoon enkelvoud
findet statt
onvoltooid deelwoord
stattfindend
onvoltooid verleden tijd
fand statt
voltooid deelwoord
stattgefunden
Voorbeelden
Die Hochzeit findet in einem Schloss statt.
De bruiloft vindt plaats in een kasteel.



























