starten
Pronunciation
/ˈʃtaʁtən/

Definitie en betekenis van "starten"in het Duits

starten
01

starten

Etwas beginnen oder in Gang setzen, z. B. ein Gerät, ein Programm oder ein Projekt
starten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
starte
3e persoon enkelvoud
startet
onvoltooid deelwoord
startend
onvoltooid verleden tijd
startete
voltooid deelwoord
gestartet
Voorbeelden
Sie startet ihr neues Projekt nächste Woche.
Ze lanceert haar nieuwe project volgende week.
02

vertrekken, in beweging komen

Sich in Bewegung setzen oder beginnen, sich fortzubewegen
starten definition and meaning
Voorbeelden
Wann startet euer Flug nach Berlin?
Wanneer vertrekt jullie vlucht naar Berlijn?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store