sprießen
sprie
ˈʃpʁi:
shpri
ßen
sən
sēn
sprintenspringenspritzen

Definitie en betekenis van "sprießen"in het Duits

sprießen
01

ontkiemen, opschieten

Wenn Pflanzen oder Blätter aus dem Boden wachsen 
sprießen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
sprieße
3e persoon enkelvoud
sprießt
onvoltooid deelwoord
sprießend
onvoltooid verleden tijd
sproß
voltooid deelwoord
gesprossen
Voorbeelden
Im Frühling sprießen die Blumen im Garten. 

In de lente ontspruiten de bloemen in de tuin.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store