Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sprechen
01
spreken, praten
Mit jemandem eine Unterhaltung führen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
spreche
3e persoon enkelvoud
spricht
onvoltooid deelwoord
sprechend
onvoltooid verleden tijd
sprach
voltooid deelwoord
gesprochen
Voorbeelden
Wir sprechen über das Projekt.
Wij praten over het project.
02
spreken
Wörter oder Laute mit dem Mund erzeugen
Voorbeelden
Kannst du das richtig aussprechen?
Kun je dat correct uitspreken?



























