Zoeken
sprechen
01
spreken, praten
Mit jemandem eine Unterhaltung führen
Voorbeelden
Wir sprechen über das Projekt.
Wij praten over het project.
02
spreken
Wörter oder Laute mit dem Mund erzeugen
Voorbeelden
Kannst du das richtig aussprechen?
Kun je dat correct uitspreken?


























