Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Die Sprache
01
taal, spraak
Ein System von Wörtern und Regeln, das Menschen zur Kommunikation verwenden
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
genitiefvorm
Sprache
meervoudsvorm
Sprachen
Voorbeelden
Er spricht drei Sprachen fließend.
Hij spreekt vloeiend drie talen.
02
spraak, toespraak
Die Fähigkeit, durch gesprochene Worte Gedanken und Gefühle auszudrücken
Voorbeelden
Man kann viel aus der Sprache einer Person lernen.
Je kunt veel leren uit de spraak van een persoon.



























