das Spanisch
Pronunciation
/ˈʃpaːnɪʃ/

Definitie en betekenis van "spanisch"in het Duits

01

Spaans, Castiliaans

Die Sprache, die in Spanien und vielen Ländern Lateinamerikas gesprochen wird
das Spanisch definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Spanischen
eigennaam
Voorbeelden
Sie spricht fließend Spanisch.
Ze spreekt vloeiend Spaans.
01

Spaans, Spaanse

Bezieht sich auf etwas, das mit Spanien oder der spanischen Sprache zu tun hat
spanisch definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
eigennaam
relationeel
niet gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Wir hören heute spanische Lieder.
Vandaag luisteren we naar Spaanse liedjes.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store