sparen
spa
ˈʃpa:
shpa
ren
rən
rēn
spürenspaßenspurenspaten

Definitie en betekenis van "sparen"in het Duits

sparen
01

sparen, besparen

Geld zur Seite legen, um es später zu verwenden 
sparen definition and meaning
Voorbeelden
Ich spare für ein neues Handy. 

Ik spaar voor een nieuwe telefoon.

02

besparen, sparen

Weniger verbrauchen, um etwas zu behalten 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
spare
3e persoon enkelvoud
spart
onvoltooid deelwoord
sparend
onvoltooid verleden tijd
sparte
voltooid deelwoord
gespart
Voorbeelden
Wir müssen Strom sparen. 

We moeten elektriciteit besparen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store