sparen
Pronunciation
/ˈʃpaːʀən/

Definitie en betekenis van "sparen"in het Duits

sparen
01

sparen, besparen

Geld zur Seite legen, um es später zu verwenden
sparen definition and meaning
Voorbeelden
Wir haben lange auf den Urlaub gespart.
We hebben lang gespaard voor de vakantie.
02

besparen, sparen

Weniger verbrauchen, um etwas zu behalten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
spare
3e persoon enkelvoud
spart
onvoltooid deelwoord
sparend
onvoltooid verleden tijd
sparte
voltooid deelwoord
gespart
Voorbeelden
Wenn du Geld sparen willst, kauf keine teuren Sachen.
Als je geld wilt sparen, koop dan geen dure dingen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store