Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sicher
01
veilig, betrouwbaar
Nicht gefährlich oder ohne Risiko
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
am sichersten
vergrotende trap
sicherer
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Der Weg ist sicher.
Het pad is veilig.
02
zeker, vast
Frei von Zweifel
Voorbeelden
Ich bin sicher, dass er kommt.
Ik ben zeker dat hij komt.
sicher
01
zeker, ongetwijfeld
Mit Gewissheit
grammaticale informatie
Voorbeelden
Er kommt sicher zu spät.
Hij komt zeker te laat.



























