Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sehen
01
zien, kijken
Mit den Augen wahrnehmen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
sehe
3e persoon enkelvoud
sieht
onvoltooid deelwoord
sehend
onvoltooid verleden tijd
sah
voltooid deelwoord
gesehen
Voorbeelden
Wir sehen fern.
Wij kijken tv.
02
zien, kijken
Eine Meinung oder Urteil haben
Voorbeelden
Sie sieht ihn als Freund.
Ze ziet hem als een vriend.
03
zorgen voor, oppassen op
Auf jemanden oder etwas aufpassen
Voorbeelden
Wir müssen auf unsere Sachen sehen.
We moeten op onze spullen letten.



























