schwanken
Pronunciation
/ˈʃvaŋkn̩/

Definitie en betekenis van "schwanken"in het Duits

schwanken
[past form: schwankte]
01

zwaaien, wiebelen

Sich hin und her bewegen, ohne festen Halt
schwanken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schwanke
3e persoon enkelvoud
schwankt
onvoltooid deelwoord
schwankend
onvoltooid verleden tijd
schwankte
voltooid deelwoord
schwankt
Voorbeelden
Das Boot schwankte auf den Wellen.
De boot deinde op de golven.
02

schommelen, fluctueren

In unregelmäßigen Abständen zu- oder abnehmen
schwanken definition and meaning
Voorbeelden
Die Wasserqualität schwankt in diesem Fluss.
De waterkwaliteit schommelt in deze rivier.
03

aarzelen, wankelen

Unentschlossen zwischen Optionen hin- und hergerissen sein
schwanken definition and meaning
Voorbeelden
Ich schwanke noch, ob ich umziehen soll.
Ik twijfel nog of ik moet verhuizen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store