schwanken
schwanken
ʃvankng
shvankng
schwenkenschinkenschwabenschenken

Definitie en betekenis van "schwanken"in het Duits

schwanken
01

zwaaien, wiebelen

Sich hin und her bewegen, ohne festen Halt 
schwanken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schwanke
3e persoon enkelvoud
schwankt
onvoltooid deelwoord
schwankend
onvoltooid verleden tijd
schwankte
voltooid deelwoord
schwankt
Voorbeelden
Der Baum schwankte im starken Wind. 

De boom zwaaide in de sterke wind.

02

schommelen, fluctueren

In unregelmäßigen Abständen zu- oder abnehmen 
schwanken definition and meaning
Voorbeelden
Die Temperaturen schwanken im April stark. 

De temperaturen schommelen sterk in april.

03

aarzelen, wankelen

Unentschlossen zwischen Optionen hin- und hergerissen sein 
schwanken definition and meaning
Voorbeelden
Sie schwankte zwischen Studium und Berufseinstieg. 

Ze aarzelde tussen studeren en het beginnen van een carrière.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store