Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
retten
01
redden, bevrijden
Jemandem aus Gefahr helfen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rette
3e persoon enkelvoud
rettet
onvoltooid deelwoord
rettend
onvoltooid verleden tijd
rettete
voltooid deelwoord
gerettet
Voorbeelden
Der Arzt rettete ihr Leben.
De dokter redde haar leven.
02
ontsnappen, vluchten
Aus einer Gefahr entkommen
Voorbeelden
Sie konnten sich vor dem Feuer retten.
Ze konden zich voor het vuur redden.



























