rennen
re
ˈʁɛ
re
nnen
nən
nēn
rinnenregnen

Definitie en betekenis van "rennen"in het Duits

rennen
01

rennen, snellen

Sich schnell zu Fuß fortbewegen, meist mit hoher Geschwindigkeit 
rennen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
renne
3e persoon enkelvoud
rennt
onvoltooid deelwoord
rennend
onvoltooid verleden tijd
rannte
voltooid deelwoord
gerannt
Voorbeelden
Die Kinder rennen durch den Garten. 

De kinderen rennen door de tuin.

01

- , -

grammaticale informatie
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
rennens
meervoudsvorm
rennen
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store